Vorige dinsdag kreeg Erwin Mortier, tijdens een plechtig diner in Haarlem, de AKO-literatuurprijs overhandigd. Dat leverde een heerlijk ontroerend moment op. Maar laat ik eerst mijn welgemeende felicitaties formuleren aan de schrijver. Want zijn boek ‘Godenslaap’ heeft deze bekroning ten volle verdiend. Ik weet nog dat ik het na lezing met een diep doorvoelde zucht neerlegde en stamelde “dit is zo mooi, zo mooi…”. Slechts deze schrale woorden restten mij want alle prachtige zinnen waren opgebruikt door Erwin zelf. Zoveel meesterlijke woorden dat je ervan gaat duizelen. Dat heeft de jury van de AKO dus ook begrepen en nu het oordeel van zo’n belangrijke jury samenvalt met mijn eigen mening, geniet ik dubbel.
(meer…)
Volgende week start de jaarlijkse Vlaamse Hoogmis van het Boek, de Boekenbeurs. Mooi. En toch. Met gemengde gevoelens kijk ik uit naar de vrolijke gezichten van de Goedeles en Huysentruyten dezer wereld die zich een tenniselleboog signeren. Maar ook naar de getormenteerde blikken van schrijvers die hooguit twee maal per uur een geforceerde glimlach mogen produceren bij hun handtekening. Voor dat legioen worden het uren van schrijnende eenzaamheid, een genante vertoning.

(meer…)
De voorbije week heb ik me verdiept in de Koran vertaling en het Mohammed boek van Kader Abdollah. Ik heb mezelf streng toegesproken als ik passages over vrouwen las, en over ongelovigen en over Mohammed zelf. Nee, ik zou er geen aanstoot aan nemen, dit was de gematigde versie! Bovendien heb ik geen religieuze hamertenen waarop het makkelijk trappen is. Machtig boek in al zijn eenvoud. Sterk in die zin dat ik mezelf er op betrap dat ik er zelfs geen kritiek durf op geven. Ik waag me niet verder dan in verdekte termen te zeggen dat Jezus me een seut lijkt in vergelijking met die oude Mohammed. ‘Vrouwland’ van debuutprijswinnares Rachida Lamrabet dan maar. Echt, sinds Rachida de zonden der wereld op mijn schouders laadde, schoffel ik angstvallig politiek correcte bagage.
(meer…)
Gisteren mocht ik debatteren bij BAFF, het vroegere Raamtheater in Antwerpen. Ze hebben het negentiende eeuws salon weer leven ingeblazen. Eerst muziek, dan het discours. Ik kan het als levend anachronisme alleen maar toejuichen. Bovendien draaide alles een beetje rond de brieven van Flaubert aan zijn muze Louise Colet. Gek hoe die status van het muze zijn in de verdomhoek is geraakt , alleen homofiele modeontwerpers roepen nog af en toe een broodmager model tot hun inspiratiebron en tegelijk favoriete kleerhanger uit. “Jij bent mijn muze”. Ja, ooit heeft er toch wel een eerder benevelde creatieveling dat ook tegen mij gezegd, meen ik me te herinneren. Het leek de eerste drie seconden zelfs op een compliment. Tot ik zag wat hij fabriceerde en me afvroeg in welke vergeetput ik mijn eigen scheppingsdrang mocht dumpen. Colet moet er ook van gebaald hebben, vooral omdat zij overleefde van haar literair prijzengeld, terwijl Flaubert nog niets gepubliceerd had en braaf bij zijn moeder inwoonde. Maar goed, hij heeft ons Bovary gegeven.
Het debat, gemodereerd door Piet Piryns, werd gevoerd onder de ‘Weg met het andere geslacht’ vlag. Opponent van dienst was Frank Hellemans, literair recensent bij Knack die geen hoge pet op heeft van al dat nieuwerwets vrouwelijk geschrijf over wissewasjes. Misschien was ik wat miscast. Ik kan me er ook niet echt toebrengen om ‘vrouwen’ te lezen. En het heeft zelfs niets te maken met een ‘been there, done that’ reflex. Nee, ik verdenk mezelf er van dat ik hen te licht vind. Dat ik vaak nog minder dan mannen respect heb voor wat vrouwelijk is. En die hele inhaalbeweging, die positieve discriminatie van vrouwen en in het bijzonder schrijfsters van allochtone origine, helpt er niet aan. En dan hebben we het niet over de golf van chicklit die de supermarkt overspoelt en de verkoop van naaldhakken heeft bevorderd.
(meer…)
De dagen verliezen hun elasticiteit. Je kan ze zelfs niet meer rekken door op terrasjes te blijven hangen. Het wordt vlugger donker, het regent bij bakken en mijn cocoon-klier werkt onder invloed van die externe factoren alweer in overdrive. Ik wil binnenzitten onder dekentjes, tussen mijn boeken en wereldbollen. Naar jaarlijkse gewoonte vervloek ik de vorige bewoners van mijn appartement. Ze lieten in een bui van halfslachtig modernisme de openhaard dichtmetselen. Ik zit dus met wat ze een sierschouw noemen, ik noem het een gecastreerde haard.Het victoriaanse leed valt niet te verzachten, dus maar baldadigheid… ik heb er mijn tv in geparkeerd. Diep in de winter speel ik wel eens zo’n videotape met een haardvuur op. Tot het echt koud wordt zap ik. De zenders zijn mijn houtblokken. En ze vliegen erdoor. Gisteren tijdens het oppoken van mijn toestel kwam ik echter op een ontredderend fenomeen terecht. (meer…)
Als mijn gedachten niet elders waren, dan dacht ik bij het koffiezetten vaak aan Jean-Marie Berckmans. We hadden hetzelfde koffiezetapparaat. Eentje met een thermoskan zonder warmhoudplaatje, zodat je niet met een glazen kan zit die barst wanneer je weer eens vergeet tijdig op het uitknopje te drukken. Dan kan je hele flat niet onder een stroom koffiegruis komen te zitten. Niet dat ik daar ooit last van had, Berckmans wel. Vandaar dat ik hem dat thermosmodel bezorgde. Lang verhaal. Sinds gisteren denk ik altijd aan JHM als ik naar het toestel kijk. Ik heb al liters koffie verzet, zwart. Ik ken niemand die al zo vaak doodverklaard werd.
(meer…)