Volgende week start de jaarlijkse Vlaamse Hoogmis van het Boek, de Boekenbeurs. Mooi. En toch. Met gemengde gevoelens kijk ik uit naar de vrolijke gezichten van de Goedeles en Huysentruyten dezer wereld die zich een tenniselleboog signeren. Maar ook naar de getormenteerde blikken van schrijvers die hooguit twee maal per uur een geforceerde glimlach mogen produceren bij hun handtekening. Voor dat legioen worden het uren van schrijnende eenzaamheid, een genante vertoning.

(meer…)
De voorbije week heb ik me verdiept in de Koran vertaling en het Mohammed boek van Kader Abdollah. Ik heb mezelf streng toegesproken als ik passages over vrouwen las, en over ongelovigen en over Mohammed zelf. Nee, ik zou er geen aanstoot aan nemen, dit was de gematigde versie! Bovendien heb ik geen religieuze hamertenen waarop het makkelijk trappen is. Machtig boek in al zijn eenvoud. Sterk in die zin dat ik mezelf er op betrap dat ik er zelfs geen kritiek durf op geven. Ik waag me niet verder dan in verdekte termen te zeggen dat Jezus me een seut lijkt in vergelijking met die oude Mohammed. ‘Vrouwland’ van debuutprijswinnares Rachida Lamrabet dan maar. Echt, sinds Rachida de zonden der wereld op mijn schouders laadde, schoffel ik angstvallig politiek correcte bagage.
(meer…)
Ik had mezelf beloofd u niet te schrijven. Waar twee blaffende honden hokken, dient de kluif verdeeld te worden. U lag eigenlijk in het bakje van Erwin Mortier. Wat niet wil zeggen dat ik u niet blijf volgen, met verwondering aanhoren en lezen op uw blog. Ik voel het, ik ga het niet kunnen laten. Zelfs al is de timing niet opportuun. Nog geen week geleden schreef ik Geert Bourgeois. Er zijn nog andere wachtenden dan ministers.
Maar weet u, soms hebben we beangstigend veel gemeen. Dat impulsieve, dat baldadige met bruggen, dat warmlopen voor dingen en vooral dat plotse verweesd voelen. Alsof we de wereld voor onze ogen zien vergaan en niemand die ons hoort roepen tegen de wind in. Ik begreep u, toen u plots zei met Damienne een farm in Zuid-Afrika te willen opzetten. Weg van hier. Vlak nadat u heel de culturele wereld, alle grote huizen, overhoop had gezet. Soms begint een mens met rotsvaste overtuiging aan iets om halfweg angst te krijgen. Vechten of vluchten, zijn twee primitieve instincten die als boerenjongens een robbertje vechten onder onze hersenpan. Wie het moeilijk heeft met negatieve emoties, zet het liever op een lopen.
Maar hoe ouder je wordt, hoe meer je verankerd zit in huiselijke nesten en titels en linten, hoe minder dat vluchten een optie is. Maar het instinct is sterk, en er is ook nog altijd de vlucht in onredelijkheid, waan en boosheid. Boosheid op de wereld, op de rest. Kent u dat komplot gevoel? Die teleurstelling in de overgave van anderen waardoor we ze afstoten terwijl we ze zo nodig hebben voor het ‘Postman Pat’ senario. Voor onze ideale wereld waar iedereen tegen iedereen vriendelijk is en waar geen negatieve emoties en moeilijke confrontaties bestaan. Postman Pat is een poppenfilm, ik weet dat.
Maar ik moet er steeds aan denken als u weereens luidop droomt over onze multiculturele, verzoete samenleving. Ik wil dat ook wel. Maar ik ben geen minister, en soms vrees ik wel eens dat ik neig naar een borderline persoonlijkheid. Begrijpt u wat ik bedoel? Dat heen en weer geslinger, dat vuur en dat ontvankelijk zijn voor elke mood die er in de lucht hangt. Die blinde vlek in de spiegel, dat wazige zelfbeeld waardoor we aangewezen zijn op het beeld dat anderen van ons hebben. Maar u bent minister… Bert.
En als ik dan op uw weblog uw ontgoochelde relaas lees over de opening van de boekenbeurs, denk ik: is dat wel een goed idee, dat minister zijn? U schrijft dat u een pleidooi wou houden voor verontwaardiging, verbeeldingskracht en generositeit. Dat u de nadruk wou leggen op de noodzaak om je te verplaatsen in het denken en voelen van een ander. Een pleidooi om minder fanatiek om te springen met eigen waarden en vooroordelen. Een pleidooi voor uzelf en ook een beetje voor mij.
Maar iets of wat therapeut had u kunnen behoeden om het geroezemoes dat nu eenmaal hoort bij recepties niet als een persoonlijke afwijzing te nemen. Ja, Amos Oz is super. De meesten onder uw boekenvak toehoorders hebben hem gelezen. Maar voor alles is een plaats en tijd. (Bevragingen op de beursvloer wezen uit dat mensen veel in bed en op het toilet lezen overigens). U heeft gelijk dat niemand op uw citaten zat te wachten, maar veeleer op de drank. Maar waarom meteen wat u drie lijnen eerder nog het grootste culturele feest noemde, afstraffen met het stigma louter een sleuren en leuren met boeken te zijn. Waarom de aanwezigen te doodverven als nijveraars met de spirituele diepgang van een platbodem?
Het is een moeilijke oefening voor evenwichtskunstenaars op de grenslijn zoals wij, maar eens je de mechanismen van primitief verweer herkent, valt er wel wat aan te doen.Wat later vertelde u aan Stany Crets in een interviewtje dat u liever op de beurs rondliep nu er nog niet zoveel volk was. Ik ook! Daarom begrijp ik niet dat u zoveel heil ziet in die verbredende cultuurbraderijen waar iedereen, Pierke en Achmed, naartoe moeten. U zei ook dat uw grootste ambitie was om een literaire roman te schrijven. De mijne niet minder.
Maar ik zou op dat moment denken, met de door u vereiste empathie, is dat geen slag in het gezicht van al die cultuurmakers als ik nu te kennen geef dat ik al mijn bemoeienissen en mijn minister-zijn meteen zou dumpen in ruil voor mijn naam op een in kalfsleer gebonden rug.Mogen mensen zoals wij Bert, anderen eigenlijk blootstellen aan de vaak extreme reacties van ons emotioneel gehavende ikje?
Iemand die u begrijpt