Ontroering
Vorige dinsdag kreeg Erwin Mortier, tijdens een plechtig diner in Haarlem, de AKO-literatuurprijs overhandigd. Dat leverde een heerlijk ontroerend moment op. Maar laat ik eerst mijn welgemeende felicitaties formuleren aan de schrijver. Want zijn boek ‘Godenslaap’ heeft deze bekroning ten volle verdiend. Ik weet nog dat ik het na lezing met een diep doorvoelde zucht neerlegde en stamelde “dit is zo mooi, zo mooi…”. Slechts deze schrale woorden restten mij want alle prachtige zinnen waren opgebruikt door Erwin zelf. Zoveel meesterlijke woorden dat je ervan gaat duizelen. Dat heeft de jury van de AKO dus ook begrepen en nu het oordeel van zo’n belangrijke jury samenvalt met mijn eigen mening, geniet ik dubbel.
Toen ik Erwin Mortier interviewde, meteen na het verschijnen van ‘Godenslaap’, kwamen mijn vragen ook maar hortend en stotend te voorschijn. Het gesprek liep moeizaam omdat mijn grote bewondering voor dit boek een goed verloop in de weg zat. Ik kon even niet rekenen op mijn spreekwoordelijk ‘sang froid’. De concurrentie voor Mortier was anders niet min, daar in Haarlem. Christiaan Weijts en Tommy Wieringa hadden net zo goed recht op de prijs. Vooral ‘Caesarion’ van Wieringa is een mooi gedragen episch verhaal dat meesterlijk wordt verteld. Een boek dat je helemaal inneemt, waar je met lustvolle ogen naar blijft kijken wanneer het, bijvoorbeeld voor de maaltijd, even opzij moet. ‘Caesarion’ is een boek dat je treurig naast je neerlegt wanneer het uit is…net omdat het uit is. Maar jammer voor Wieringa is ‘Godenslaap’ nog beter. Kortom, volkomen terecht mocht Erwin Mortier een kunstwerk en de daarbij horende cheque ontvangen. Hij heeft de AKO op zak en als hij op dit elan verder schrijft zullen er nog vaker mooie sommen die richting uitgaan. Laten wij daarover juichen en de goden danken voor dit toptalent. Ik hoop trouwens dat Erwin Mortier nu snel weer aan de slag gaat want ik honger naar ‘nog’.
Maar ik wou het over de ontroering hebben die mij tijdens de uitreiking van de prijs overviel. Voor wie het niet gezien heeft probeer ik de beelden nog even in woorden te vatten. Eerst was er ‘Guy Verhofstadt’, voorzitter van de jury, die met zijn gebruikelijke flair enkele zinnen uit het juryrapport las om te besluiten met “de AKO-literatuurprijs gaat naar het boek Godenslaap van Erwin Mortier”. Daarop ontstond de gebruikelijke opwinding. We hoorden een korte gil vanuit de zaal opstijgen waarna een al even doordringend applaus losbarstte. De regisseur van het programma had voor elke genomineerde schrijver een camera klaar gehouden en reageerde alert zodat we het opveren van de winnaar nog net konden meemaken. Al even snel wist hij een tweede camera in stelling te brengen om dit ‘moment de gloire’ voor de eeuwigheid vast te leggen. En toen, waarde landgenoten, voltrok zich ‘het ontroermoment’ van 2009. En dat zag er zo uit. Erwin Mortier kijkt niet naar het podium waar Guy Verhofstadt ongetwijfeld al naar het beeldje grijpt. Hij kijkt ook niet naar de zaal om trots en blij het applaus in ontvangst te nemen. Hij kijkt zelfs niet naar de goden, ergens daarboven, die ongetwijfeld uit hun slaap werden gerukt. Hij roept niet, hij laat het hoofd niet in de handpalmen vallen, noch gooit hij de armen in de lucht met een gesist “yes” of een andere “tjakkkaa”. Niets van dat alles. Nee, Erwin Mortier draait zich in de richting van zijn man, zijn Lieven, en schenkt hem zijn mooiste glimlach. Een glimlach waarin zoveel dank zit verscholen dat je er als toeschouwer even niet goed van wordt. Teder haalt hij het hoofd van zijn man naar zich toe en kust het op de lippen, en nog eens, en dan heel innig nu, nog eens. Terwijl iedereen in de zaal en thuis naar de schrijver wil tasten, hem wil omarmen, feliciteren, toejuichen, op het schild hijsen om naar het walhalla te voeren, heeft de schrijver maar één zorg, zijn man danken voor zoveel jaren van trouw en emotionele rust of voor wat dan ook, waar ik uit discretie zelfs niet naar wil gissen. Deze mooie beelden staan nu in mijn geheugen gegrift. Alle journalisten die door hun kranten, tijdschriften of zenders, straks om een jaaroverzicht worden gevraagd weten waar ze echte emotie kunnen halen. En dat is bij twee mensen die zielsveel van elkaar houden en dit geconsacreerd zien in een mooie prijs.







19.11.2009 - 15:24 u. - Jan Spinoy
Ik word stilaan misselijk van de wierookwalmen die over “Godenslaap” hangen. Zijn lezers en recensenten dan zo blind dat ze niet zien dat deze bekroning alles met politiek te maken heeft en bitter weinig met literatuur? Als vaandeldrager van het antiklerikalisme moest Erwin Mortier natuurlijk de prijs winnen met Guy Verhofstadt als voorzitter. Verhofstadt verandert immers alles wat hij aanraakt in politiek zoals koning Midag alles in goud veranderde.
Het boek blinkt vooral uit door overbodigheid. De denkbeeldige herinneringen van het hoofdpersonage voegen niets toe aan wat we over de Eerste Wereldoorlog weten uit boeken als “Memoirs of an Infantry Soldier” van Siegfried Sassoon en “Voyage au bout de la nuit” van Louis-Ferdinand Céline. Zij hadden de oorlog tenminste meegemaakt en wisten waarover ze schreven.
Het proza van Mortier is een flauw afkooksel van dat van J.K. Huysmans en andere schrijvers uit de fin-de-siècle. Ook daar worden op geparfumeerde bladzijden mooie zinnen als parels aan een snoer geregen, tot de lezer het boek verveeld aan de kant legt en vergeet.
22.11.2009 - 06:25 u. - Stef. Hublou
Mooi, Kurt. Bijna lichtjes ontroerend. Niet in boekvorm maar in ‘zakformaat’ dan. Dat heb ik altijd al zo’n grappig woord gevonden. - Gisterenavond heb ik de film ‘Wilde’ gezien. Over die Grote Europese Ziel, die het Wonder van het Woord in de pen en op de tong had. En die is gewandeld en gegaan waar het leven hem heen leidde, zelfs tot voor de rechter en in de cel. Een zinvol, betekenisvol leven. Een leven van wat ik existentiële arbeid wil noemen; als een sneeuwruimer, straks in december, heeft hij nieuwe paden vrijgemaakt door er te zijn volgens zijn diepere roeping. Een leven waar in deze nieuwe tijden, precies honderd en negen jaar na zijn dood, mensen als u en Erwin en ja, in zekere zin ook ikzelf, de vruchten van plukken… Ook dàt is Europese identiteit. Ik verwijs naar het pleidooi van Rik Torfs in zijn nieuwste essay “Wie gaat er dan de wereld redden?”. Waarin die pleit voor de open discussie, “over kleuren, smaken en vrouwen”. Ook al valt daar nooit een absolute waarheid over te ontdekken. Omdat in de discussie mensen hun identiteit vinden, opbouwen, aanscherpen. Identiteit is hoopvol, zo stelt Torfs terecht. En als we er sterk in staan, wordt de dialoog in het Werelddorp een stuk minder moeilijk. Bijvoorbeeld met die Afrikanen zoals voormalig president Obasanjo, die met nadruk stelde een paar jaar geleden: “Liefde tussen mannen is on-Afrikaans”. Grote herfstgroet, SHS