Cultuurprijzen
Deze week werden de genomineerden voor de jaarlijkse cultuurprijzen van dit ‘streepje aan de Noordzee’ bekendgemaakt en…het is weer hommeles.
Toen minister Paul Van Grembergen in 2003 voor de eerste maal die prijzen uitreikte in de Antwerpse Bourla was het al duidelijk dat de nieuwe formule veel aandacht genereerde maar ook veel kritiek. Eerder werden (staats)prijzen door bedachtzame jury’s gekozen, waarna een deftige plechtigheid zorgde voor wat ‘rumour around the brand’. Te weinig sexy, vond Van Grembergen.
Met de CultuurPrijzen Vlaanderen veranderde dat grondig. Er waren ineens heel veel prijzen, er werden nominaties bekend gemaakt en de uitreikingen kregen de allures van een Oscarshow in Hollywood. Althans dat was de bedoeling. Hoe en waar is het misgegaan?
Toen vroeger een schilder of schrijver met een oerdegelijke staatsprijs werd bedacht kon je de jury vriendjespolitiek verwijten of onkunde of wat dan ook, maar het bleef een grote eer om die prijs te ontvangen. Elke winnaar vermelde dat met gouden letters in zijn curriculum. Dat stopte. In 2003 stonden tientallen genomineerden te drummen in de antichambre van de Bourla. Er waren podiumkunstenaars, muzikanten en vormgevers aanwezig, noem maar op. Zelfs de zogeheten vrijwilligers schoven aan want ook zij hadden vanaf nu recht op een CultuurPrijs. Bert Anciaux die een jaar later de fakkel overnam voegde daar ten overvloede nog de categorie ‘Smaak’ aan toe. De Vlaamse aard, nietwaar! Zo staan eminente dichters en briljante regisseurs ineens samen op de foto met de akela van de ‘Dag van de Jeugdbeweging’ of een mevrouw van de ‘Boerinnenbond’. Het paste in de tijdgeest: de ‘low culture – high culture’ discussies werden volop gevoerd en dat bracht leven in de brouwerij. Maar toen er in sommige jaargangen nauwelijks nog ‘high culture’ te bespeuren viel, werden hier en daar wenkbrauwen gefronst.
Overigens diende dat amalgaam aan kunstenaars en veldwerkers alleen maar ter meerdere eer en glorie van wie de echte hoofdprijs binnenhaalde. Aan het eind van die soms ellenlange avonden wordt telkens een prijs ‘Algemene Culturele Verdienste’ uitgereikt. Hugo Claus, Gerard Mortier en andere Frie Leysens kregen de eer en naar de aloude tradities waren er geen genomineerden. Zij haalden het ‘laatavondnieuws’, zij prijkten op de voorpagina’s van de kwaliteitskranten. De anderen mochten, gedurende onvoorstelbaar saaie uren, één na één aanschuiven voor een eerder vernederend ‘moment de gloire’.
Want geloof me, ik heb nogal wat van die plechtigheden meegemaakt en het was zelden hoogstaand. Meestal zocht het organiserende ‘CultuurNet Vlaanderen’ naar een ‘ludieke’ inkleding en overstemde het circus niet zelden de gebeurtenis. Elk jaar, rond deze tijd, verschijnt het beeld op mijn netvlies van de edele, rustige dichter Roland Jooris. Deze heer van stand moest zich, in een tot grootkeuken omgevormd Brugs Concertgebouw, een laudatio laten welgevallen die je je grootste vijand niet toewenst. De opmerking “ als ik mij voor dertig zilverlingen zo moet laten vernederen hoeft het niet” weerklonk door de machtige gangen van deze cultuurtempel. Foute boel.
Hoe meer categorieën, hoe meer ellende. Want het is nooit genoeg. Dat je bij ‘Smaakcultuur’ de keuze hebt tussen een hotelschool en een kookboek, tot daar aan toe, maar als er bij ‘muziek’ moet gekozen worden tussen de klassieke pianist Jan Michiels en de rockgitarist Mauro Pawlowski, rijzen mij de haren ten berde.
Het was te verwachten dat genomineerden ‘hun kat zouden sturen’. Ook dit jaar is het zover: componist Luc Brewaeys weigert op te draven in deze duiventil. “Waarom moet ik de strijd aangaan met een jazztrompettist en een barokhoboïst”, vraagt hij zich terecht af. En ook nog, “waarom moet ik opdraven als prijsbeest in een slecht spektakel terwijl mijn sector ontzettend weinig duurzame ondersteuning krijg”. Dus zegt Luc ‘foert’ en kijkt hij boos de andere kant op.
Komaan Joke, gooi die ballast van uw tere rug. Bert is weg, nu mag zijn feestje ook verdwijnen. Eer uw kunstenaars met gouvernementele ernst en laat de competitie over aan de gesponsorde prijzen die meer aandacht voor hun logo willen dan voor de gelauwerde artiesten. Reik elk jaar enkele welgemikte serieuze bedragen uit met fraaie woorden van lof en een goed glas degelijke champagne. Dat is beter dan een zurige cava-fuif waarin kunstenaars alleen maar figuranten zijn in een vilein spel. En verder, tja… ‘goed bestuur’ zeker!







07.01.2010 - 13:54 u. - Stef. Hublou
Haha! Leuk eindpuntje. U hebt een punt. Roger Scruton (”Waarom cultuur belangrijk is”) zou u bijtreden.
Ik durf verhopen dat minister Schauvlieghe uw wens zal werkelijk maken. Hebt u haar uw column bezorgd? Ook voor u beste wensen voor een goed en creatief jaar, Kurt.
10.01.2010 - 05:27 u. - Wilfried
Juist ! - maar denk je echt dat deze minister zoveel moed zal hebben om de flauwekul van vroeger (van kookboek en vrijwilligers) over boord te gooien?
Het zou voor de echt cultuurgeïnteresserde wel dé overwinning zijn van 2010…
10.01.2010 - 21:56 u. - marc tiefenthal
Dat een klassiek muzikant niet graag vergeleken wordt met een jazzmuzikant of een steengoede rockmuzikant is een zwak argument. Muziek is nu eenmaal muziek. Een schrijver van klassieke poëzie moet ook de vergelijking doorstaan met een modern dichter of, nog erger, een neorealist.
Roland Jooris in Brugge, hij liep er wat verloren bij, schrijf je. Roland loopt overal nogal wat verloren bij, hoor, en om hem te vernederen moet je van ver komen. Nee, die man houdt wel uit zichzelf stand.
Nu de marketing en het management van de openbare omroep zowat een derde van de radio 1 luisteraars naar Klara heeft verkast, zal je op Klara meer horen dan klassieke muziek.
Ik heb dit erg gevonden, hoor, dat ze mij radio 1 hebben ontnomen. Maar het is gelukkig al bij al nog goed toeven op Klara.
11.01.2010 - 12:49 u. - Stef. Hublou
Goede reactie van Marc. “He comes to his name”: diepe waarheden te vinden in dit dal.