Abnormaal
Ik stond gisterochtend voor de spiegel. Ik sta daar elke ochtend wel even. Iedereen doet dat toch? Maar deze keer bekeek ik mezelf wat nadrukkelijker dan anders. Ik controleerde mezelf. ‘Even nakijken of alles wel klopt, of alles er op en aan zit’. En wat ik zag, stelde mij gerust. Ik herkende die naar de zestig hollende jongen met hier en daar een groef maar al te goed. Gewoon die doodnormale kop van me, waar ik al lang vrede mee heb. Het moet wel.
Ik nam een ontbijt, verzamelde het noodzakelijke in mijn boekentas, knuffelde mijn man en vertrok naar kantoor. Niets bijzonders. Even groeten op de hoek naar de dame van het koffiehuis, nog een kort babbeltje met de postbode en hup de auto in, richting Brussel. Ik heb een zwarte auto. Naar het schijnt is dat heel normaal. De meeste auto’s in ons land zijn zwart. Ik rij ook alleen naar Brussel. De meeste mensen doen dat. Ik vind dat wel jammer want met zijn allen verbruiken we toch heel wat brandstof en dat zou beter kunnen. Maar ja, hoe organiseer je dat.
Ik kreeg ruim de tijd om over die dingen na te denken want ik stond in de file. Ook dat is niet zo bijzonder. Tussen Antwerpen en Brussel vormen zich elke dag files. Ik kijk dan wat rond naar wie naast me en achter me rijdt. Ik zie hen en zij zien mij en we denken wellicht hetzelfde: wat een doodnormale man in een doodnormale auto tijdens een doodnormale file.
Op kantoor lachte ik een ‘hallo’ naar de collega’s, logde de computer in en nadat we het weekend hadden besproken, startte een nieuwe werkweek. Ik zou een column schrijven, er viel nog wat te regelen voor de volgende ‘De sporen’. Daarna een vergadering over de ‘Chopin-week’ op Klara. Ach, de dingen die zich aandienden. Ik doe mijn werk graag, ik klaag niet, meer nog, ik ben blij met wat op mijn weg komt. Ik heb het goed getroffen.
Even ging ik de gang op omdat het icoontje van mijn geliefde op de gsm oplichtte. Snel wat afspraken maken. Ik zou koken, jaja, en dan was er natuurlijk…nee, nee, tot straks, kusje. Van die dingen. Zeer gewoon allemaal en uiterst geruststellend. Ik zie het de collega’s ook wel eens doen: even de gang opgaan om de avond af te spreken. En dan weer aan de slag.
Na het avondmaal, niets bijzonders maar wel correct en met een goeie fles erbij, las ik een boek, languit in de sofa. Daarna tandenpoetsen en lepeltje, lepeltje inslapen, warm en knus. De intense vreugde die ‘kleinburgerlijkheid’ kan bieden. Ik geef toe, soms gaat het er onstuimiger aan toe maar al even toegeeflijk moet ik bekennen dat de meeste dagen verlopen zoals hierboven beschreven.
En ineens was het er weer, dat gevoel van die ochtend. ‘Klopt alles nog wel, ben ik nog steeds normaal’. Ik lag met opengesperde ogen naar het plafond te kijken. Een vreselijk bericht hield mij hardnekkig uit mijn slaap. De spirituele leider van de grootste geloofsgemeenschap van ons land had verklaard dat ik abnormaal was. Hij zei het onomwonden: “die mensen, zoals ik, kennen een probleem in hun normale psychologische ontwikkeling, wat hen abnormaal maakt”. En mocht ik het zo nog niet voldoende hebben begrepen vervolgde hij met “als iemand geen normale aantrekking voelt tot het andere geslacht, dan klopt er toch iets niet?”
Pas op, dit zijn de woorden van een “aimabel man”, zoals de ene hem omschrijft, terwijl een andere het zelfs heeft over “een zeer charmant man”. En nog een ander onderstreept dat hij “buitengewoon intelligent is, een echte intellectueel”.
Ik staarde verder in het donker en dacht “als een intelligente, aimabele, charmante intellectueel mij abnormaal vindt, wat zal een domme, ruwe en onbeholpen ruwaard dan wel niet van mij vinden”. Je kent ze wel, die types die ‘eerst slaan en daarna denken’. Als de leider van een belangrijke groep van onze gemeenschap het signaal geeft dat er in deze wereld een hoop ‘abnormale sujetten’ rondlopen, is mijn veiligheid dan nog gegarandeerd? Misschien komt er na ‘Mutien de Namur’ ook nog een ‘Godfroid de Bouillon’ om ons op andere gedachten te brengen.
Het werd een woelige nacht zodat ik de ochtend erop wat vermoeid oogde in de file. Ik keek ook kwaad naar wie naast me in zijn doodnormale zwarte auto zat. “Ja, ik weet het, ik ben abnormaal” gilde ik naar mijn gelegenheidsbuur. Dat luchtte op. Trouwens als ‘Mutien de Namur’ een normale aantrekking voelt tot het andere geslacht en daar dan niet ‘mag’ aan toegeven, is dat ‘normaal’?







19.01.2010 - 13:51 u. - Frederik
Dag Kurt,
Je leidt een normaal kleinburgerlijk leven zoals zovelen en je voelt je normaal. Dit normaal zijn geeft je geluk. Waarom twijfelen? Zijn we niet allemaal -los van ons culturele model- biseksueel ? Als we die barrieres (verwachtingen allerhande) kunnen loslaten , dan is ‘de man’ en ‘de vrouw’ op zich toch mooi en potentieel aantrekkelijk ?
Het standpunt van de nieuwe bisschop is trouwens een interpretatie. Het kookboek der Katholieken, de bijbel is in eerste instantie toch een veelzinnig boek? Je kan jezelf erin ontdekken. Maar ik proef geen ‘moeten’ zus of zo.
Frederik
19.01.2010 - 15:14 u. - Maes Bruno
Er kan niets mis zijn tussen twee mensen die van elkaar houden.
21.01.2010 - 00:12 u. - Jan T.
Ja, maar Mutien heeft daarvoor gekozen hé, m’n brave Kurt, gekozen voor het celibaat, en dat is het recht van een priester die zich geroepen weet.
Nu ik van wal steek, kan ik het niet laten mijn eerder schrijven aan te halen, bij ‘Toet’ van 12 december :
19.01.2010 - 00:34 u. - Jan T.
maandagavond 18 januari 2010
Dag Kurt,
Op een misplaatste wijze maak ik even gebruik van uw blog.
Toch iets meer dan een glimlach op m’n gezicht uw vertelsel beluisterend deze avond, uw stem uit de radio van ja mijn zwarte auto.
WIE IS NORMAAL ? Kunt ù het mij zeggen ? Is een kardinaal normaal ? Mijn buurman, mijn poes, zijn zij normaal ?
Mijn spiegelbeeld vertelt me elke ochtend, kortstondig :
“Jij daar, niks normaal.”
Maar mijn keukenspiegel laat mij de hele avond lachen en zingen, acapella !!
Nu denk ik wel, brave Kurt, dat bij jou alles andersom is dan bij mij.
Troostwoordje van
Jan T.
20.01.2010 - 13:32 u. - Jan T.
Voor alle duidelijkheid en opdat er geen twijfels meer zouden overblijven :
“In het zeer onderkomen Egyptisch Museum kon je ook elk onderdeel aanraken. Behalve een enkele bewaker, die het er alleen maar om te doen was om ‘backshish’ los te weken, was er niemand die mij daarvan weerhield. Ik betastte even het condoom van de farao dat uit één of andere huid was gesneden.”
Richtte doodse Toet zich op, Kurt ?
Nee toch.
Jan T.
21.01.2010 - 11:46 u. - Jan U.
Nee, dat klopt niet, Jan T.
Mutien heeft gekozen voor het priesterschap en moest het celibaat ‘erbij nemen’. Zo is het.
Stel je voor dat de overheid zou zeggen: ‘Oké, je mag leraar worden, of psychiater, of om het even wat. Maar dan mag je niet trouwen en zelfs geen relatie hebben.’ Zou je dat normaal vinden?
De Kerk veroorlooft het zich zijn werknemers een privéleven op te leggen, dat lijnrecht indruist tegen de Rechten van de Mens. Je zou voor minder naar Straatsburg gaan!
21.01.2010 - 16:05 u. - Irene Van Nauw
Mooi dat stukje. Ik sta er van te kijken dat je daar nog mee worstelt. Soms voel ik mij ook abnormaal want ik kan zeer slecht fietsen, al helemaal niet autorijden, heb nooit kunnen sporten en heb ook een vreemde voorkeur voor artiesten met een hoek af ….
Wat kan die Léonard je schelen, en heel die kerk trouwens. De keuze van die conservatieve man jaagt nog meer mensen de kerk uit, dus die is binnenkort toch met uitsterven bedreigd.
25.01.2010 - 15:45 u. - Kenis Lieve
Heel groot gelijk Kurt in letters die niet groot genoeg kunnen zijn.
25.01.2010 - 23:35 u. - marlon lafontaine
mooi stukje Kurt, vooral dat laatste doelpunt was een loeier!