Het is taalweek en dat zullen we geweten hebben. Overal worden acties, spelletjes en debatten georganiseerd. Maar over welke taal gaat het in deze taalweek?
In de jaren dertig van de vorige eeuw werden affiches en advertenties verspreid door de ‘Normtaalbond’ waarop de wervende tekst: “Waarom moeten Limburgers en West Vlamingen Fransch spreken willen ze elkander verstaan - daarom leer de Normtaal en wordt lid van de Normtaalbond”. Vlaanderen wist wat er op het spel stond en deed wat nodig was, Vlaanderen leerde die Normtaal. Later veranderde ‘Normtaal’ naar ‘Algemeen Beschaafd Nederlands’ en nog wat later werd ‘Algemeen Nederlands’ de term.
(meer…)
Volgende week start de jaarlijkse Vlaamse Hoogmis van het Boek, de Boekenbeurs. Mooi. En toch. Met gemengde gevoelens kijk ik uit naar de vrolijke gezichten van de Goedeles en Huysentruyten dezer wereld die zich een tenniselleboog signeren. Maar ook naar de getormenteerde blikken van schrijvers die hooguit twee maal per uur een geforceerde glimlach mogen produceren bij hun handtekening. Voor dat legioen worden het uren van schrijnende eenzaamheid, een genante vertoning.

(meer…)
Een zaterdagavond in Melsele, een weinig spannende deelgemeente van Beveren-Waas. Maar ik word er tot in mijn diepste vezels geraakt door het optreden van Graindelavoix. Björn Schmelzer en zijn jonge bende brengen het programma “Poissance d’amours”, liederen uit het Brabant van de 13e eeuw. De tot concertzaal omgebouwde kapel van het ontmoetingscentrum Boerenpoort leent zich uitstekend voor dit wondermooie concert waarin de liefde de hoofdrol speelt. De middeleeuwen herleven in de frisse aanpak van Graindelavoix. Deze groep zoekt de limieten op maar heeft voldoende vakmanschap in huis om nooit te derailleren. Ze zijn jong, ze kijken ongehinderd naar die oude muziek en interpreteren ze met veel respect maar ook met de vaste wil om alle stof dat zich door de eeuwen heen over de partituur heeft gedrapeerd met hun jonge adem weg te blazen. Het resultaat is tegelijk magistraal en verstillend.
Enkele dagen eerder ontmoette ik de Fransman Raphaël Pichon. Deze zanger is nog maar vierentwintig maar stichtte, intussen al drie jaar geleden, het koor Pygmalion. Deze week komen ze naar Bozar om er de “missa brevis” van Bach te vertolken. Later deze week kom ik er nog op terug en ik breng dan het gesprek mee dat ik met deze jonge god mocht hebben. Maar eerst luisterde ik naar de cd met die wat minder bekende missen van Bach. Pichon en zijn al even jonge kompanen lieten zich niet leiden door het gewicht van eerdere uitvoeringen maar brengen een duizelingwekkende nieuwe interpretatie. Zij klinken zo fris, zo moedig. De stemmen rollen over elkaar heen aan een razend tempo maar het blijft zuiver en eerlijk, het is jong en bloedmooi. Met een overtuiging eigen aan de jeugd leidt Pichon zijn Pygmalion door de partituur van Bach. Deze “missa brevis” herbeleven hun ontstaan in een overtuigde versie die zich plaatst in de traditie maar tegelijk het brille van de jeugd in zich draagt.
Eerder dit jaar zag ik B’Rock, het fraaie barokorkest dat al enkele seizoenen onze podia vult met Haendel, Vivaldi en andere meesters. Geen zittend ensemble dat achteroverleunend de werken speelt maar twintigers en dertigers die rechtop staand hun baroksnaren aanvuren. Zelden hoorde ik zoveel kracht en moed als in de drive van dit orkest. B’Rock heeft iets ontroerends: we mogen als het ware getuige zijn van het gevecht tussen techniek en uitvoering. Je hoort hoe ze dit gevecht met open vizier aangaan en je ervaart aan de lijve dat ze die strijd winnen. Frank Agsteribbe die, achter het klavier gezeten, zijn muzikanten aanvoert heeft een groep klasbakken bijeen verzameld. Dit B’Rock is de uitdrukking van hoe het moet: door hard te werken en met bakken talent en muzikaliteit strijden voor de muziek. Alleen de muziek. En daarbovenop de onbevangen durf van de jeugd.
Nog meer durf zag ik in het imposante beursgebouw van Antwerpen tijdens een voorstelling van FC Bergman. Vijf pas afgestudeerden van Studio Herman Teirlinck speelden de voorstelling “Wandelen op de Champs- Elysées met een schildpad om de wereld beter te kunnen bekijken, maar het is moeilijk thee drinken op een ijsschots als iedereen dronken is”. Een titel om ‘u’ tegen te zeggen en al even onvatbaar als de voorstelling zelf. Wat we zien is een opeenvolging van beelden, een niet aflatende carrousel van grote en kleine vondsten, onsamenhangend en ongelijk van kwaliteit maar met één constante: DURF. Deze jonge bende laat zich door niets afschrikken. Geen zee te hoog, geen dal te diep, of ze trekken er gezwind op uit. Als u mij vraagt om het na te vertellen dan moet ik passen. Onmogelijk. Er zit geen enkele lijn in hun spel en spanningsbogen worden onbezonnen afgebroken maar…het is heerlijk. En ze zijn zo jong, zo helemaal het tegendeel van blasé. Met lef en talent stellen ze zich weerloos en breekbaar tegenover hun publiek, een publiek dat hen nu al bemind.
Er staat een nieuwe generatie klaar om de boel over te nemen. Alweer een wedergeboorte. En ik ben fan.
Onlangs mocht ik in de opera van Luik genieten van ‘La Traviata’, de vurige opera van Giuseppe Verdi. Net als in Antwerpen en Gent had men boventiteling voorzien. Het glanzende Italiaans werd er in het Frans, het Nederlands en het Duits aangeboden. Ik steek het niet onder stoelen of banken, dat ontroerde mij zeer.
Ten tweede maal trok ik naar Wallonië. Deze keer bezocht ik het lieflijke stadje Rochefort. Zoals elke gemeente of stad in dit land worden de inwoners en de bezoekers via een elektronische lichtkrant op de hoogte gehouden van de initiatieven van de overheid. U kent ze wel. Afwisselend in het Frans en in het Nederlands kreeg ik de openingsuren van bib en zwembad, was er informatie over de culturele activiteiten en mocht ik in mijn taal vernemen dat er binnenkort ook een brocante-markt zou plaatsvinden. Ook dat ontroerde mij zeer.
(meer…)