27.10.2008
13.10.2008
Manwijven
Gisteren mocht ik debatteren bij BAFF, het vroegere Raamtheater in Antwerpen. Ze hebben het negentiende eeuws salon weer leven ingeblazen. Eerst muziek, dan het discours. Ik kan het als levend anachronisme alleen maar toejuichen. Bovendien draaide alles een beetje rond de brieven van Flaubert aan zijn muze Louise Colet. Gek hoe die status van het muze zijn in de verdomhoek is geraakt , alleen homofiele modeontwerpers roepen nog af en toe een broodmager model tot hun inspiratiebron en tegelijk favoriete kleerhanger uit. “Jij bent mijn muze”. Ja, ooit heeft er toch wel een eerder benevelde creatieveling dat ook tegen mij gezegd, meen ik me te herinneren. Het leek de eerste drie seconden zelfs op een compliment. Tot ik zag wat hij fabriceerde en me afvroeg in welke vergeetput ik mijn eigen scheppingsdrang mocht dumpen. Colet moet er ook van gebaald hebben, vooral omdat zij overleefde van haar literair prijzengeld, terwijl Flaubert nog niets gepubliceerd had en braaf bij zijn moeder inwoonde. Maar goed, hij heeft ons Bovary gegeven.
Het debat, gemodereerd door Piet Piryns, werd gevoerd onder de ‘Weg met het andere geslacht’ vlag. Opponent van dienst was Frank Hellemans, literair recensent bij Knack die geen hoge pet op heeft van al dat nieuwerwets vrouwelijk geschrijf over wissewasjes. Misschien was ik wat miscast. Ik kan me er ook niet echt toebrengen om ‘vrouwen’ te lezen. En het heeft zelfs niets te maken met een ‘been there, done that’ reflex. Nee, ik verdenk mezelf er van dat ik hen te licht vind. Dat ik vaak nog minder dan mannen respect heb voor wat vrouwelijk is. En die hele inhaalbeweging, die positieve discriminatie van vrouwen en in het bijzonder schrijfsters van allochtone origine, helpt er niet aan. En dan hebben we het niet over de golf van chicklit die de supermarkt overspoelt en de verkoop van naaldhakken heeft bevorderd.
06.10.2008
Geen gezeik
De dagen verliezen hun elasticiteit. Je kan ze zelfs niet meer rekken door op terrasjes te blijven hangen. Het wordt vlugger donker, het regent bij bakken en mijn cocoon-klier werkt onder invloed van die externe factoren alweer in overdrive. Ik wil binnenzitten onder dekentjes, tussen mijn boeken en wereldbollen. Naar jaarlijkse gewoonte vervloek ik de vorige bewoners van mijn appartement. Ze lieten in een bui van halfslachtig modernisme de openhaard dichtmetselen. Ik zit dus met wat ze een sierschouw noemen, ik noem het een gecastreerde haard.Het victoriaanse leed valt niet te verzachten, dus maar baldadigheid… ik heb er mijn tv in geparkeerd. Diep in de winter speel ik wel eens zo’n videotape met een haardvuur op. Tot het echt koud wordt zap ik. De zenders zijn mijn houtblokken. En ze vliegen erdoor. Gisteren tijdens het oppoken van mijn toestel kwam ik echter op een ontredderend fenomeen terecht. (meer…)






