
Geloof me of niet, maar van columns schrijven, steek je soms wel wat op. Ik heb bijvoorbeeld geleerd dat je over dieren niks onaardigs mag zeggen. Nauwelijks een kat een kat noemen eigenlijk. Over kinderen net hetzelfde. Die mag je alleen bekleed met een suikerlaag serveren. Kinderen zijn per definitie bijvoorbeeld nooit lelijk. Hoewel ik zeker ben dat als er morgen een zieke producer op het idee komt om ‘Beautiful for Kids’ te draaien, er plots aardig wat plastische hulpbehoevende donders uit de kast komen. Maar voorlopig zijn de enige toegelaten adjectieven: onschuldig, ontwapenend en schattig. ‘Verwend’ dat denk je alleen maar en ‘totaal verneukt’ is niet aan de orde. En toch ga ik dat taboe aan mijn laars lappen. Ik wil het kweken van een generatie misfits met Peter Pan-complexen niet op mijn geweten. (meer…)
Soms heb ik zo genoeg van theater. Vooral wanneer ik het gevoel heb dat we de meest banale maatschappelijke dingen niet uit de knoop krijgen. Als er zo’n bui hangt wil ik gillend weglopen uit voorstellingen die zichzelf té au sérieux nemen. Dan word ik kwaad van het gewauwel van makers over het wordingsproces. Nu kan het niet zijn dat ik de enige ben. Wat moet het soms zijn bij zij die meedraaien. Zo herinner ik me vrijwel woordelijk het gesprek dat ik met Benaouisse had toen hij aan zijn ‘répos du guerrier’ bij De Bank (toen nog Victoria nu Campo) begon. Hij was het toen zat gemolken te worden door regisseurs die met een blank blad kwamen aanzetten op de eerste repetitiedag en teerden op de invallen van hun dansers en acteurs. Ben heeft nu – twee jaar later - een stuk gemaakt ‘Venizke’ in co-regie met Lies Pauwels. Ergens las ik dat ze vanuit de spelers vertrokken waren. Zucht. Bovendien werd ik gevraagd naar een zomerse try-out te komen kijken om er eventueel wat over te maken. Ik stond niet te springen. (meer…)
Middenin het weekendgewoel viel er een mail in mijn box van Anne Provoost. Een pleidooi voor Mustafa Kör, Genks stadsdichter, auteur van ‘De Lammeren’ en Vlaanderens hoop op allochtone literatuur, wiens schrijven bedreigd wordt. Buiten speelde zich één van de laatste mooie nazomerdagen af. Terwijl ikzelf al een paar dagen verankerd zat aan schrijfwerk dat tegen de deadline aanschurkte en ook geen deel had aan het buitenspel, vond ik het enorm geëngageerd van Anne Provoost om op zo’n dag virtueel pamfletten uit te delen. Ik heb altijd bewondering voor mensen met engagement. Ik ben wel begaan met mijn medemens en pleit ook wel es tegen onrecht, maar die ongenuanceerde barricade-impuls is mij vreemd.
Hoewel, in dit geval? Een schrijver – één van ons – zeg maar die dra verplicht zou worden om te stoppen met schrijven! Voor iedereen die het schrijven zo niet als therapeutisch instrument dan wel als wezenlijk onderdeel van zijn identiteit ziet, staat zulks gelijk aan een doodsbedreiging.
(meer…)
Nostalgie is een slechte raadgever. Als je er genoeg tijd laat over gaan groeit er altijd wel een bloem op het puin van je illusies. Dat verbloemen van onze eigen geschiedenis is een trucje van de geest om het halfweg al geen verspild leven te vinden. Wanneer vakbonden - waar ik sowieso al weinig voeling mee heb - nostalgie als een instrument voor recrutering van Chinese vrijwilligers voor het leger beginnen te gebruiken, dan moeten ze heel wanhopig zijn. (meer…)
Als mijn gedachten niet elders waren, dan dacht ik bij het koffiezetten vaak aan Jean-Marie Berckmans. We hadden hetzelfde koffiezetapparaat. Eentje met een thermoskan zonder warmhoudplaatje, zodat je niet met een glazen kan zit die barst wanneer je weer eens vergeet tijdig op het uitknopje te drukken. Dan kan je hele flat niet onder een stroom koffiegruis komen te zitten. Niet dat ik daar ooit last van had, Berckmans wel. Vandaar dat ik hem dat thermosmodel bezorgde. Lang verhaal. Sinds gisteren denk ik altijd aan JHM als ik naar het toestel kijk. Ik heb al liters koffie verzet, zwart. Ik ken niemand die al zo vaak doodverklaard werd.
(meer…)