De Elsschot erfenis
Hopelijk niet naïeve voorzitter van het Elsschot-genootschap Cyriel van Tilborgh,
Hierbij wil ik bovenkomen met een klein fotootje van Alfons De Ridder als student, (toen nog onder zijn eerste pseudoniem de ‘Groote Absolon’ later Willem Elsschot). Een wat trieste jongeman die het kartonnen bichrome plaatje blijkbaar aan een vriend opdroeg. Toen was kameraderie nog heel gewoon. Het is het beeld dat binnenin de achterflap van Het Ridderspoor, het prachtige Elsschot-boek van Johan Anthierens afgedrukt staat. Johan heeft het na publicatie nooit teruggebracht naar het AMVC-letterenhuis. Daar zat het toch maar in een duffe map, het kon beter zijn bureau sieren. Toen Johan me vroeg om een foto te maken van het door duiven bezette en bescheten Elsschot standbeeld voor bij zijn laatste artikel ooit, overhandigde hij me het kleinood bij wijze van soldij. Ik wil het graag terugbezorgen.
Vooral in het licht van de niet-aflatende strijd om het schrijversarchief. Dat nu na lang juridisch getouwtrek toch te koop is van de zestig erven en Walter De Ridder Jr. in het bijzonder. Ik las in Gazet van Antwerpen uw oproep aan de Stad Antwerpen om niet gierig te zijn. De familie heeft veel toegevingen gedaan pleit u nog. Als Elsschot-adept weet u toch dat u hiermee de genetisch overgeërfde erfeniszucht van de stam voedt?
Herinnert u zich het ware verhaal dat schuil ging achter de personages Jacky Peeters en Ida in Het Tankschip? De echte Ida, schoonzus van Fons, en haar man John Eastwick die schatrijk waren en uiteindelijk samen aan kanker lagen te creperen in het ziekenhuis… Terwijl in de Lemméstraat angstvallig werd gehoopt dat Ida haar John, al was het met één dag, zou overleven om ‘de buit’ hun kant te laten opvaren. En geluk hadden de erfenisjagers.
Uiteraard wordt geen erfenis gelijk verdeeld. Ook een genetische niet. In de De Ridder-clan werd die zakelijkheid en het artistieke talent blijkbaar ongelijk op de as verdeeld. Aan de uitersten bengelen de exentrieke dochter Ida, die zelf schrijft en Willem Dolphyn Anna’s zoon die internationaal hoge toppen scheert met zijn middeleeuws aandoende loopscherpe stillevens en vanitas schilderijen. Aan het andere eind de erven van de uit Snoecks-almanak gewassen reclame business die van Fons over ging op Walter en daarna overging op Walter Jr. De Ridder. Die JR heeft wel iets… iets herkenbaars. Maar ergens begrijp ik de angstvallige opslag van elk papiertje wat aan de pen van Elsschot ontsproot in de kelders van die Jr. Het enige wat ik hem zelf, als reclame man ooit aan proza heb horen debiteren was een would be slogan die hij wou slijten aan een ‘copain’ bij Electrabel: “Electrabel, het licht in de duisternis”. Creativiteit was de core business niet, eerder het slijten van reclamepanelen op goed zichtbare daken en zo.
Spijtig, want die kruideniersmentaliteit heeft mensen met literair heimwee en dochter Ida, die het archief wou schenken, niet door Electrabel te leveren energie gekost. Daar het plan was om de onderdelen apart te veilen en dus fragmentarisch in privé-bezit te laten komen, vervalt het offer van de emotionele waarde voor de stugge erven. Dus over welke grote toegevingen heeft u het?
Wat een gedoe en wellicht voor een groot deel een maat voor niks. Walter Jr. heeft immers het archief ‘verrijkt’ met zakelijke stukken. Alles is goed om de prijs op te drijven en te compenseren dat er geen manuscripten of andere verborgen literaire parels tussen zitten. Als ik in het in ‘93 bij Querido uitgegeven brievenboek nog maar de correspondentie van Fons met zijn uitgevers lees, laat ik die rappels en offertes graag aan mij voorbijgaan.
Het centiemengeneuk doet zo’n afbreuk aan smans sympathie-krediet. Laat de experten vooral het gewicht van het overhandigde erfgoed wijs wegen.
Genetische manipulatie is van deze tijd. Een beetje zal wel geen kwaad kunnen. Kan u alsnog de troefkaart van het cultureel erfgoed trekken? Er toch op wijzen dat alleen bij gratie van begeesterde mensen als u de aandelen van de NV-Elsschot zo de hoogte ingaan? Zulke taal begrijpen nijveraars beter dan lyrisch worden over een mogelijke tentoonstelling van ‘oud papier’.
Nog feestelijke Elsschot-jaren.






