25.09.2006

Zachtmoedige Bart Moeyaert,


0110Vergeet die rechthoeken en parallellepipedums Bart, het leven sloft in cirkels. Dat weet ik nu wel zeker, er is er immers weer eentje rond. Hij begon bij jou als schrijver van jongensboeken. Ik heb ze nooit gelezen die prijsboeken van jou. Dat heb ik Anne Provoost, je buurvrouw van weleer, ook meteen bekend toen ze vanuit haar Borgerhoutse werkkamer jouw huis aanwees en zei dat jullie vaak samen koffiedronken. Het klonk als een paragraaf uit van die schrijversbiografieën die ik wel zo gretig verslond. Sindsdien stond je vooral geboekstaafd als de ideale overbuurman, ook al was je vooral schrijver van bekroonde jongensboeken. Dat was toen, en nu… nu ben je zelf in een jongensboek terechtgekomen. Helaas een vergeeld oubollig boek geplaveid met ‘ten oorlog’ roepende helden en vooral veel jouwend voetvolk. Je bent in de rug geschoten Bart door je eigen troepen, geraakt door een uitschuiver van een dagbladpen.
Je bent - wie weet uit verveling bij gebrek aan echt nieuws – zomaar als deserteur opgevoerd in de slag van 0110. Jij, de zoetgevooisde stadsdichter die zijn verzen in meer talen dan wij spreken aan klinken en deurknoppen van allerlei slag liet hangen. Die onze verbolgenheid om de monsterlijke moord op Luna en Oulemata wist te vatten in mensentaal. Wat heb je nu eigenlijk misdaan om de ‘verdraagzamen’ zo te misnoegen?
Het klinkt zo desperaat hysterisch als een verwijt van verwaarlozing uit de pas gekuste mond van een nog in innige omhelzing verstrengelde bedgenoot. Het is een beetje vies als porno waarbij men ‘harder, dieper’ blijft roepen (meestal in het Duits) terwijl het ledikant al vervaarlijk tegen de muur bonkt.
Wat is er voor sommige vrijheidshelden zo ondraaglijk aan je beslissing om op 1 oktober onder het publiek en niet op het podium te vertoeven? Wat heb jij nog te bewijzen? Dat je een even politiek beest kan zijn als je voorgangers? Moet dat dan vraag ik me af? Tom Lanoye en Ramsey Nasr zijn er nog, performend en hemelstormend. Ja, je hebt die behoefte of je hebt hem niet. Hebben we niet genoeg aan je vrijwel universele boodschap van leven en laten leven? Ik vind jullie daarom net zo compatibel.
Spijtig dat Boekenstad, de bakers der stadsdichters, meteen een pompeuze reden formuleerde waarom jouw naam op dat lijstje van De Groene Waterman ontbrak. Jij hoefde helemaal geen reden te geven. De verklaring leek me ook jouw denkwereld niet, alsof je plots een ambtenaar was geworden die voor zijn karige broodheren buigt.
Nu weet je ook wel dat geen zinnig mens je zal veroordelen. Dat iemand als Tom Lanoye net zo weinig gediend is van dat absurde ‘verdraagzaamheidsfascisme’. Dat Barman of Tuymans zo’n onzin aan hun laars lappen. Dat vitrioolspuwende briefschrijvers alleen maar gevaarlijke bressen slaan in de dam van gezond verstand. Maar toch raakt het je vast als rechtschapen mens. Pas als de verdraagzamen zo weinig kunnen verdragen, moeten we wanhopen. Als twee gevaarlijke extremen een gemeenschappelijk punt raken, dan pas kunnen cirkels zich sluiten en is er geen ontsnappen meer bij. Weg vrijheid.
Wat moet je nu volgende zondag in jouw stad? Onbetwist lieve Bart, ik wens je “una giornata particolare”. Verschans je voor mijn part, drink koffie met je buurvrouw en kijk stiekem op tv naar ‘het slaan op potten en pannen om boze geesten te verdrijven’. Ik schuif dan een karamellenvers onder je deur… eentje die Michaël Borremans opdiepte toen ik hem naar zijn motivatie vroeg om deel te nemen aan MUTE.

“Daar alleen kan liefde wonen
Daar alleen is ’t leven zoet
Waar men stil en ongedwongen
Alles voor elkander doet”

Dag Bart, fijne zondag nog en alvast bedankt voor je volgend stadsgedicht dat toevallig op 0110 verschijnt.
X Chris Van Camp



18.09.2006

Onuitwisbare Stefaan Degand


Als ik u zie, zie ik u staand in een teiltje. Ergens in een loods achter het station van Oostende. U bent naakt, helemaal wel te verstaan. Het is fris, maar er komt geen witgewolkte adem uit uw mond. Een afgeladen volle tribune staart naar uw slechts door ongeloof vertroebelde kruis. Het betreffende stuk van Marijke Pinoy gaat over ene onbevredigde Yerma, maar toch wordt er twee uur lang steevast gewag gemaakt van uw Madurodamse geslachtsdelen. Miniaturen zijn als artistieke plaisanterie ooit erg in trek geweest. Begrijpelijk, het is een wonder hoe zoiets kleins zich onuitwisbaar op een mens zijn netvlies kan branden. Nee, ik ben niet preuts, noch geobsedeerd. Ik kan alleen maar vaststellen dat wanneer u mij een paar avonden geleden in Mozarts ‘De totale Enführung’ als de harembewaker Osmin met uw zangkwaliteiten en charisma overweldigt, ik plots dat teiltje dreigend in het decor zie opdoemen. Hoe raak ik dat theatrale trauma nu kwijt?
Neem het niet te persoonlijk, op mijn netvlies schaatst u in goed gezelschap. Ook Wim Opbrouck hupt voorbij in een witte jongensonderbroek met schuddende buik en pijnlijk opwippende struise-mannen-borsten. Het was in Jeroen Olyslaegers Oscar Wilde stuk als ik me niet vergis. Dat hijgende, kwetsbare… terwijl hij ook nog word gejend en vernederd. Kraakvers daagt het me voor de geest. Zelfs zijn scène in De Asielzoeker waarin hij met ongeziene achteloosheid Servé Hermans intieme delen tot toevallig rondslingerende rekwisieten herleidt, kan de vorige niet uitwissen.
Wellicht is het die publiekelijke vernedering – avond na avond - die ik in al mijn inleving en empathie in overdrive niet te boven kom. Het veroorzaakt bij de toeschouwer immers een medeplichtigheid. Eén die we voelen als we vergeelde beelden zien van kaalgeschoren, ontblote vrouwen beschilderd met hakenkruisen tijdens naoorlogse vergeldingsacties. Ja, laat ons zo’n foto uit ons collectief geheugen vissen en als test gebruiken. Geloof me, zie zo’n mens gereduceerd tot zijn minst flatteuze ik en de context valt weg. Het verhaal wordt compleet overschaduwd door die onmetelijke vernedering.
Probeer me gerust te stellen. Verzeker me dat u het zelf helemaal niet zo ervaart, dat u uitkijkt naar het triomfantelijke moment dat u die brave borsten op de tribune poepje laat ruiken. Helpt niet. Het gaat me niet om u – sorry – maar om mij, om ons toeschouwers. Ik wil het verhaal terug. Ik wil niet dat er teveel realiteit in de mij geboden fictie sluipt. Ik wil geen echt geweld, geen echt lijden, geen echte emoties zelfs. Die zijn voor daarbuiten. Al dat expliciete is toch een aanfluiting van de verbeeldingskracht van de toeschouwer? Spijtig want, die overtreft qua gruwel nog steeds elke werkelijkheid.
En nu mag je met de totale naaktheid van Wine Dierckx in “Yerma vraagt een toefeling” beginnen zwaaien. De impact was niet dezelfde. De passe-partout schoonheid van haar meisjeslijfje zal voorbijgaan. Maar dat teiltje blijft eeuwig dreigend in uw schaduw staan.
Stefaan, suggereer, acteer, transformeer, maar laat het gebruiken van uw lichaam om het publiek kortstondig te schofferen aan performance-kunstenaars over. Zij hebben geen andere rol te spelen dan die ene. U wil ik graag in nog zoveel gedaanten zien.
Met veel respect & uit het hart
Chris Van Camp



WordPress database error: [Unknown column 'post_url' in 'where clause']
SELECT * FROM wp_camp_vrtstats WHERE post_url = '/2006/09/' or post_id = 1131 LIMIT 1

WordPress database error: [Unknown column 'post_url' in 'where clause']
SELECT id FROM wp_camp_vrtstats WHERE post_url = '/2006/09/' or post_id = 1131 LIMIT 1

WordPress database error: [Unknown column 'ns_keyword' in 'field list']
INSERT INTO wp_camp_vrtstats (post_id, ns_behoefte, ns_categorie, ns_mediatype, ns_doelgroep, ns_marketing, ns_waar, ns_productiehuis, ns_tellernaam, ns_keyword, post_url) VALUES (1131,"verdiepend","cultuur","radio","none","none","intern","prodcultuur","2006.09","K","/2006/09/")